Geschiedenis

Oprichting

Op een vrijdagavond in 1972 werd er als vanouds danig gebabbeld en gedronken in het “Witte Schuurtje”. Jan Nagel was uitgedaagd te vertellen wat hij namens Gelderland te vertegenwoordigen had in de Eerste Kamer. Men verweet hem het enige wat hij in Gelderland deed, wonen was. Hij werkte namelijk bij de VARA in Hilversum en was geen lid van een Gelderse sportvereniging. Jan Nagel verdedigde zichzelf door te zeggen dat de VARA niet naar Hoevelaken wilde verhuizen en dat er geen vereniging in het dorp was waar hij zijn sport kon beoefenen.

Ruud van Rooi vroeg wat voor sport hij dan deed, waarop Jan antwoordde: “Ik schaak.”. Hierop zei Ruud: “Ik ook. Thuis met mijn broers… Jongens, wie kan er hier schaken?” Dat bleken er heel wat te zijn. Ruud vervolgde: “Als wij een schaakvereniging oprichten, dan kom jij natuurlijk in Hoevelaken spelen, niet waar Jan?” Jan: “Nou, ik speel behoorlijk goed en ik wil wel in Hoevelaken spelen, maar dan ook in de competitie van de SGS en daar heb je 10 spelers voor nodig.” “Ik wil wel meedoen”, klonk uit de monden van Dik van Maurik, Robert van Roon, Theo van Roon, Rob Rodenburg, Hans Simonis, Jules Jacobs. Cees Slokker, Jim Backerus, Nico van Alphen, Fred v.d. Vosse, Henk Wynia en Arie Nagel. “Prima met mij”, zei Ruud, “en met jou, Jan, erbij is dat voldoende.”

Plaatselijke huisarts Klaarenbeek: “Als jullie dat gaan doen, heb ik een mooie speelruimte voor jullie. Sparrendam is een unieke plek voor een schaakclub.” Arie Nagel zou samen met Dik van Maurik naar de notaris gaan om de vereniging op te richten. Hierop gaf Jan Nagel een ronde en was de oprichting van het Hoevelakens Schaak Genootschap een feit.

Binnen een mum van tijd waren er 60 leden en werd er direct tegen andere clubs geschaakt. Het eerste team promoveerde vier jaar op rij. Toen het eerste team in de 1e klasse SGS speelde, waren er drie tientallen die meededen aan de competitie. Het tweede team in de 2e klasse en het derde in de 4e klasse. Maar daarna stagneerde de opmars. En na verloop van tijd degradeerde het team terug naar de derde klasse.

In 1973 was Jaap de Wijn begonnen met het geven van schaakles aan kinderen op de lagere school. Dit gebeurde op zaterdag ochtend in de Hommerson School. Dit gebeurde onder de vlag van HSG. Door contacten van Jan Nagel was er in 1978 een hoogtepunt: Victor Kortsjnoi gaf een simultaan op de club. Hij was vice-wereldkampioen.

In 1982 waren er nog maar 12 seniorenleden overgebleven van de club en werd gekeken hoe men verder moest gaan. Aangezien er in Voorthuizen ook een noodlijdende club was, werden er contacten met deze club gelegd. De clubs fuseerden en er werd de ene week in Hoevelaken gespeeld (de club verhuisde naar De Stuw) en de andere week in Voorthuizen. Dit ging maar kort goed. In 1983 stopte Voorthuizen de samenwerking en was de schaakvereniging bijna gestopt.

Ondertussen was Johan van Leuveren als oudste lid van de jeugdleden bij de senioren komen spelen. Hij probeerde een brug te slaan tussen de jeugd (die nog steeds op zaterdag speelden) en de senioren (die op dinsdag speelden). Hij haalde zijn broertje Gert en diens vriend Martin Bosma naar de senioren en voorkwam hierdoor de ondergang van het HSG. Op initiatief van Johan van Leuveren en Jules Jacobs werd er met Jaap de Wijn gesproken over een samengaan van de jeugd en de senioren. Er moesten veel hobbels genomen worden. Zo moest de speelavond worden veranderd. Dit kwam omdat het de bedoeling was dat jeugdspelers gingen doorstromen naar de senioren, maar dit zou niet gebeuren als de senioren op een doordeweekse dag zouden blijven spelen. Er werd uiteindelijk besloten om op de vrijdagavond te gaan schaken. Dit gold voor zowel de jeugd als de senioren.

Om echt een vereniging te zijn, moest er ook een accommodatie komen waar op de vrijdagavond geschaakt kon worden. Op het terrein van de Hommerson school bevond zich ook het gebouwtje van Hoevelaken Creatief genaamd “de Hobbit”. Het bestuur van “de Hobbit” wilde dit gebouw wel op de vrijdagavond verhuren aan de schaakvereniging. Aangezien er een besluit van de gemeenteraad was, dat vereniging verbood gebruik te maken van andere gebouwen dan van de Stuw werden, had de club wat uit te leggen bij de wethouder sportzaken.

Waarom moest er worden uitgeweken naar “de Hobbit”? Het argument hiervoor was dat de jeugd 6 ruimtes voor 2 uur nodig hadden en dat een vereniging geen opbouwmogelijkheden had als de accommodatie voor de jeugd en senioren zo ver van elkaar af lagen. De Stuw kon de jeugdafdeling van de schaakvereniging niet herbergen, waarop de wethouder het voorstel indiende in de gemeenteraad om de vereniging te verhuizen. Dit voorstel werd aangenomen en de schaakvereniging heeft vele jaren op de vrijdagavond in de Hobbit gespeeld.